Uitspraak Hoge Raad schade aandelenlease overeenkomsten
..............................................................................................................................................................................................................................................................................

Bron: Rechtspraak.nl

De kern van de beslissing in de drie zaken (inzake Dexia, Levob en Aegon) is dat op de aanbieder van een effectenleaseproduct een bijzondere zorgplicht rust om bij het aangaan van de overeenkomst indringend te waarschuwen voor de financiële risico’s, vooral het restschuldrisico.
Deze brengt mee dat de afnemer in duidelijke en niet mis te verstane bewoordingen moet worden geïnformeerd over het aan de overeenkomst verbonden restschuldrisico bij tussentijdse beëindiging. Ook moet de aanbieder onderzoek doen naar de financiële draagkracht van de afnemer.

De Hoge Raad bevestigt de beslissing van de gerechtshoven dat Dexia, Levob en Aegon in deze gevallen zijn tekortgeschoten in die bijzondere zorgplicht.
Die bijzondere zorgplicht hangt samen met de risicovolle aard van het effectenleaseproduct dat aan een breed publiek is aangeboden. Deze zorgplicht is niet afhankelijk van de bijzondere omstandigheden van de individuele particuliere afnemer. De verplichting de afnemer indringend te waarschuwen voor het restschuldrisico strekt ertoe de afnemer te waarschuwen tegen het lichtvaardig op zich nemen van onnodige risico’s. Als de financiële positie van de afnemer destijds niet voldoende was om naar redelijke verwachting aan de betalingsverplichtingen uit de overeenkomst te voldoen, had de aanbieder moeten adviseren de overeenkomst niet aan te gaan.
Deze zorgplicht gaat meestal niet zo ver dat de aanbieder verplicht kan zijn te weigeren de overeenkomst met een bepaalde afnemer te sluiten.

Schending van deze zorgplichten brengt mee dat de aanbieder van het effectenleaseproduct de schade moet vergoeden.
De schade die vergoed moet worden zal in het algemeen bestaan uit de restschuld èn de reeds betaalde rente en aflossing. Maar de aanbieder zal in beginsel niet alle schade hoeven te vergoeden. Ook de afnemer wist of moest weten dat met geleend geld werd belegd en dat over de geldlening rente moest worden betaald en dat het geleende geld moest worden terugbetaald, ongeacht de waarde van de effecten bij verkoop.
Daarom zal de afnemer een deel van de schade zelf moeten dragen.
Van de restschuld zal steeds een deel voor rekening van de afnemer kunnen worden gelaten.
Als de draagkracht van de afnemer destijds toereikend was om aan zijn betalingsverplichtingen uit de overeenkomst te voldoen, zullen de rente en aflossing in beginsel geheel voor rekening van de afnemer blijven. Als bij onderzoek door de aanbieder zou zijn gebleken dat de afnemer redelijkerwijs niet aan zijn betalingsverplichtingen zou hebben kunnen voldoen, zal een deel van de rente en aflossing voor zijn rekening komen.

Neemt u voor meer informatie over dit onderwerp contact op met Corporate Law.

Nederlands en Nederlands Antilliaans recht - laatste update: 9 juni 2009


CORPORATE SUPPORT           juridische informatie van Corporate Law B.V.