Create your own web pages in minutes...
Corporate Support
HOME            ABOUT            CONTACT              DISCLAIMER
Corporate Support
Create your own web pages in minutes...
Corporate Support
HOME            ABOUT            CONTACT              DISCLAIMER
Corporate Support
Create your own web pages in minutes...
Corporate Support
Corporate Support
Vragen van een ondernemer (I):
“Heb ik geen inspraak met een kleiner aandelenpakket?”


(Nederlands Antilliaans vennootschapsrecht
en Nederlands vennootschapsrecht, met uitzonderingen mbt de aandeelhoudersovereenkomst)

Gepubliceerd in 'Empresa Chiki', maandblad van
de Kamer van Koophandel, Curacao,
Editie december 2006 (Nederlandse tekst) –


Uit vragen van ondernemers die worden gesteld, blijkt dat regelmatig door ondernemers niet de situatie van bestuurder (directeur) wordt gescheiden van de situatie van aandeelhouder. Een persoon kan zowel bestuurder zijn als aandeelhouder van hetzelfde bedrijf, maar bij zijn functie van bestuurder behoren andere rechten en plichten dan bij zijn functie als aandeelhouder en dit verschil dient men dan ook in het achterhoofd te houden, zodat men waardevolle waarborgen kan inbouwen en de juiste beslissingen kan nemen en daarmee de onderneming op gezonde wijze kan laten werken.

Om een voorbeeld te geven, werden onlangs de navolgende vragen gesteld.

“Ik heb sinds enkele jaren een eenmanszaak op het gebied van internet gerelateerde dienstverlening. Twee vrienden hebben samen een vennootschap onder firma (VOF) met gelijke activiteiten. Aangezien ik hoofdzakelijk voor het bedrijf van die vrienden werkzaamheden verricht en ook facturen verstuur aan dat bedrijf, leek het ons praktischer om met zijn drieen samen een onderneming te drijven. We besloten om een B.V. op te richten, waarbij de eenmanszaak van mijn vrienden in de B.V. zou worden gebracht.

De accountant van mijn partners heeft mij gezegd dat het het handigst zou zijn als de (100) aandelen worden verdeeld in de volgende verhouding: 35/35/30, waarbij ik 30 aandelen zou krijgen. Ik vind dit niet zo heel erg, maar verlies ik dan mijn inspraakmogelijkheden in de B.V? De accountant zei dat in de gekozen constructie mijn vrienden mij wel konden ontslaan maar ik niet één van hen zou kunnen ontslaan. De verdeling van aandelen heeft dus niets met de zeggenschap in de B.V. te maken? Als ik zorg dat ik in het bestuur blijf en mijn partners geen absolute macht geef, dan kunnen ze mij niet ontslaan? Als de partners mij toch ontslaan, voor welk bedrag moet ik dan mijn aandelen afstaan aan de andere aandeelhouders?”

De situatieschets geeft aan dat de drie partners zowel aandeelhouder als bestuurder zullen worden van de besloten vennootschap (B.V.), hoewel met een ongelijk aandelenpakket. Voorts blijkt uit het verhaal dat de hoedanigheid van aandeelhouder niet wordt gescheiden van de hoedanigheid van bestuurder. Verder blijkt dat sprake is van een derde die een samenwerking aangaat met een gevestigd ‘team’ van twee partners waardoor hij een minderheid kan gaan vormen. Ik zal trachten duidelijkheid te scheppen in de verschillende hoedanigheden en de onderlinge verhoudingen aan de hand van het citaat en daarbij valkuilen behandelen (enkel voor zover relevant in dit kader).

In deze editie zal de kwestie van de zeggenschap behandeld worden, aan de hand van het volgende deel van het citaat:

  • “De accountant heeft mij gezegd dat het het handigst zou zijn als de (100) aandelen worden verdeeld in de volgende verhouding: 35/35/30, waarbij ik 30 aandelen zou krijgen. Ik vind dit niet zo heel erg, maar verlies ik dan mijn inspraakmogelijkheden in de B.V?”
  • “De verdeling van aandelen heeft dus niets met de zeggenschap in de B.V. te maken?”

De inspraakmogelijkheid over ‘de koers die de B.V. moet varen’ wordt bepaald door de aandeelhouders gezamenlijk, in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AVA). Besluiten over de dagelijkse gang van zaken van de B.V. worden gemaakt door de bestuurders.  De ondernemer vraagt hier dan ook of hij zijn zeggenschap in de B.V. verliest als aandeelhouder bij een minder aantal aandelen dan zijn twee partners. Dat is niet zonder meer het geval. De mate van zeggenschap is in beginsel gekoppeld aan het aantal aandelen. In principe worden in de AVA besluiten genomen met meerderheid van stemmen, waarbij elk aandeel één stem geeft, althans dat is het wettelijke uitgangspunt. Bij statuten kunnen afwijkende afspraken worden vastgelegd, zoals het vereiste van een quorum (vereiste percentage/hoeveelheid in de AVA aanwezige aandeelhouders om rechtsgeldige besluiten te nemen) en de beslissingswijze, bijvoorbeeld bij meerderheid of unanimiteit. Bij deze samenstelling dienen derhalve altijd twee van de drie aandeelhouders gelijk te stemmen om een meerderheid te kunnen vormen. In een aandeelhoudersovereenkomst, een overeenkomst tussen aandeelhouders, kunnen voorts gedetailleerde afspraken worden gemaakt over bijvoorbeeld het stemgedrag bij bepaalde besluiten die in de AVA genomen kunnen worden. Uiteraard kunnen twee van de drie aandeelhouders onderling afspraken maken over hun stemgedrag in de AVA en dit vastleggen in een afzonderlijke aandeelhoudersovereenkomst. Echter, zoals al vaker in andere edities aangegeven, moeten alle betrokkenen bij een vennootschap zich jegens elkaar redelijk en billijk gedragen. Indien zij er bewust voor zorgen dat de derde geen enkele inspraak meer heeft in de AVA door een dergelijke onderlinge afspraak, dan kan gezegd worden dat dit in strijd is met de redelijkheid en billijkheid en zou deze afspraak door de derde vernietigd kunnen worden.

Voorkomen is natuurlijk beter dan genezen. Van belang is derhalve dit machtsblok bij voorbaat te proberen te voorkomen door in ieder geval de drijfveren en onderlinge verbondenheid van de potentiele partners in kaart te brengen voordat men samen aan een onderneming begint en vervolgens zoveel mogelijk waarborgen in te bouwen door onderlinge afspraken schriftelijk vast te leggen in een aandeelhoudersovereenkomst met alle aandeelhouders (en de vennootschap) tezamen en deugdelijke op maat gemaakte statuten te hanteren.  Dit geeft niet aan dat men elkaar niet vertrouwt maar juist dat men elkaar en de onderneming serieus neemt. Zeker indien men een samenwerking aangaat met partners, die al samen een eenheid vormen, is het van bijzonder belang dat waarborgen worden opgenomen door schriftelijk situaties, afspraken, mogelijkheden, rechten, plichten en bevoegdheden worden vastgelegd om een machtsblok en andere ongewenste situaties te voorkomen.

De vraag betreffende de mogelijkheid van het ontslag van de derde door ‘het team’ van de twee partners en de onmogelijkheid van de derde één van de andere twee partners te ontslaan wordt in deel II in de volgende uitgave behandeld, alsmede de vraag betreffende de plicht de aandelen over te dragen bij ontslag (en voor welk bedrag).

Wilt u meer informatie over uw positie als aandeelhouder of als bestuurder of heeft u andere vragen op het gebied van ondernemen? Neemt u dan vrijblijvend contact met mij op voor meer informatie. Klik hier!

Gratis nieuwsbrief met elke maand de laatste artikelen. Klik hier!


29 november 2006
Disclaimer

HOME             ABOUT           CONTACT             DISCLAIMER             PUBLICATIES